Tafel van 1 oefenen
De tafel van 1 is de makkelijkste van allemaal: elk getal keer 1 blijft gewoon zichzelf. Toch is hij belangrijk, want hij laat zien wat "keer" eigenlijk betekent.
- 10 sommen
- Groep 4
- ☆☆☆
De tafel van 1 op een rij
| 1 × 1 | = | 1 |
| 2 × 1 | = | 2 |
| 3 × 1 | = | 3 |
| 4 × 1 | = | 4 |
| 5 × 1 | = | 5 |
| 6 × 1 | = | 6 |
| 7 × 1 | = | 7 |
| 8 × 1 | = | 8 |
| 9 × 1 | = | 9 |
| 10 × 1 | = | 10 |
Patronen in de tafel van 1
- Het antwoord is altijd het getal dat je met 1 vermenigvuldigt: 6 × 1 = 6, 9 × 1 = 9.
- De rij telt gewoon op met 1: 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10.
- Omgekeerd werkt het ook: 1 × 8 is één groepje van 8, dus ook 8.
Waarom oefen je de tafel van 1 dan toch?
Kinderen halen in het begin "keer 1" en "plus 1" soms door elkaar: dan wordt 7 × 1 ineens 8. Door de tafel van 1 even bewust te oefenen, merk je dat verschil. Een handig beeld: 7 × 1 is zeven bordjes met op elk bordje één koekje. Dat zijn er zeven, niet acht.
Waar moet je op letten?
Let vooral op de verwarring met optellen: 7 × 1 is 7, niet 8.
De deeltafel van 1
De deeltafel van 1 is net zo eenvoudig: 6 : 1 = 6. Delen door 1 verandert niets, want je verdeelt alles over één groepje.
Deze tafel hoort bij tafels oefenen in groep 4.
Vragen over de tafel van 1
Waarom is iets keer 1 hetzelfde getal?
Keer 1 betekent: één keer dat getal nemen. Eén groepje van 9 zijn er 9. Daarom verandert een getal niet als je het met 1 vermenigvuldigt.
Moet je de tafel van 1 echt oefenen?
Kort, ja. Het gaat er vooral om dat je "keer 1" niet met "plus 1" verwart. Na een paar rondjes zit hij er meestal in.
In welke groep leer je de tafel van 1?
In de tussendoelen van SLO staat dat kinderen aan het eind van groep 4 de tafels van 1, 2, 3, 4, 5 en 10 uit het hoofd kennen. De tafel van 1 hoort daar dus bij.