Deelsommen oefenen

Deelsommen zijn de tafels andersom. Kies de deeltafels die je wilt oefenen.

Deelsommen zijn de tafels andersom

Bij een deelsom zoek je hoe vaak een getal in een ander getal past. 24 : 6 = 4, want 4 × 6 = 24. Wie de tafels kent, kent dus eigenlijk ook de deelsommen. Bij elke keersom hoort een familie van vier sommen:

6 × 7 = 427 × 6 = 4242 : 6 = 742 : 7 = 6

Volgens de tussendoelen van SLO reken je aan het eind van groep 5 alle delingen uit de deeltafels tot en met 10 vlot uit.

Zo oefen je de deeltafels

  • Twijfel je bij 56 : 8? Vraag je af welke som uit de tafel van 8 op 56 uitkomt: 7 × 8 = 56, dus het antwoord is 7.
  • Oefen eerst de vorm Wat mist er? (? × 8 = 56). Dat is dezelfde vraag in een keersom.
  • Gaat het vlot, ga dan door met deelsommen met rest.

Meer uitleg: deelsommen en de deeltafels, zo hangen ze samen.

Veelgestelde vragen

Wat zijn deelsommen?

Sommen waarin je deelt, zoals 24 : 6 = 4. Je vraagt je af hoe vaak 6 in 24 past, of hoeveel ieder krijgt als je 24 eerlijk verdeelt over 6.

Wat zijn de deeltafels?

De deelsommen die horen bij de tafels tot en met 10: bij 7 × 8 = 56 horen 56 : 7 = 8 en 56 : 8 = 7.

In welke groep leer je deelsommen?

Volgens de SLO-tussendoelen reken je aan het eind van groep 5 alle delingen uit de deeltafels tot en met 10 vlot uit. Deelsommen met rest komen daarna.