Keersommen in groep 4: wat moet je kunnen

  • Bijgewerkt op 2 november 2026
  • 5 min lezen

In groep 4 begint voor veel kinderen het vermenigvuldigen echt. Thuis hoor je ineens woorden als 'keer', 'tafels' en 'groepjes', en misschien komt er een tafelkaart mee naar huis. Als ouder vraag je je af wat je kind nu precies moet kunnen, of het goed gaat en hoe je kunt helpen zonder de aanpak van school te doorkruisen. In deze gids zetten we op een rij wat de doelen van SLO voor groep 4 zeggen, hoe kinderen de betekenis van vermenigvuldigen leren en hoe je thuis op een rustige manier aansluit.

Eerst de betekenis, dan de tafels

Een kind dat 4 × 6 = 24 kan opzeggen, begrijpt nog niet per se wat de som betekent. Daarom begint de les op school meestal met situaties. SLO beschrijft op de pagina over vermenigvuldigen in groep 3 en 4 dat kinderen gaan inzien dat vermenigvuldigen een andere, korte beschrijvingswijze is voor herhaald optellen, bijvoorbeeld bij 5 zakjes met 4 koekjes.

Drie beelden komen steeds terug:

  • Herhaald optellen. 3 × 9 is hetzelfde als 9 + 9 + 9. SLO noemt dit als een van de strategieën in groep 4.
  • Groepjes. 4 bakjes met elk 6 aardbeien. Je telt niet alle aardbeien een voor een, maar groepje voor groepje.
  • Rijen en een rechthoek. Een rooster van 4 rijen met 6 vakjes. De tussendoelen van SLO noemen rijen en sprongen op de getallenlijn als situaties waarbij sprake is van 'aantal keer'. Een rooster laat ook mooi zien waarom 4 × 6 en 6 × 4 hetzelfde antwoord hebben: je draait het rooster gewoon een kwartslag.

Thuis kun je dit zonder werkblad oefenen. Een eierdoos (2 rijen van 6), een tegelvloer, een vel postzegels of een muffinvorm zijn allemaal natuurlijke rechthoeken. Vraag je kind: hoeveel zijn het in totaal, en hoe heb je dat geteld? Het gaat nog niet om snelheid.

Wat vragen de SLO-doelen in groep 4?

De tussendoelen rekenen-wiskunde van SLO zijn een hulpmiddel voor scholen en geen wettelijke eis. Elke school en methode kiest een eigen route. Maar ze geven een goed beeld van de richting. Samengevat uit die doelen:

  • Eind groep 3: eenvoudige vermenigvuldigproblemen onder 20 in contexten oplossen via handig tellen, bijvoorbeeld per rij of groepje en met sprongen.
  • Eind groep 4: betekenis geven aan vermenigvuldigen in situaties met 'aantal keer', het keerteken × kennen en kunnen lezen, noteren en toepassen, en de producten uit de tafels van 1, 2, 3, 4, 5 en 10 uit het hoofd kennen.
  • Eind groep 5: alle producten uit de tafels tot en met 10 uit het hoofd kennen.

Voor groep 4 is het doel dus kleiner dan veel ouders denken. Het gaat om de tafels van 1, 2, 3, 4, 5 en 10, en niet om alle tafels. Ook Wikipedia noemt dat de meeste rekenmethodes de tafels van 1 tot en met 5 en 10 aan het eind van groep 4 verwachten en de tafels van 6 tot en met 9 in groep 5. Doelen en methodes kunnen veranderen. Kijk daarom voor de actuele stand op slo.nl of vraag het de leerkracht van je kind.

De eerste tafels: wat maakt ze makkelijk?

De tafels van 1, 2, 5 en 10 zijn de makkelijkste, omdat er een duidelijk patroon in zit. SLO schrijft op de eerder genoemde pagina: 1 × is gewoon het getal zelf, 10 × is altijd met een nul erachter en 5 × is de helft van 10 ×. De overige tafels leren kinderen volgens SLO door te rekenen met dubbelen, halveren, verwisselen en een keer meer of een keer minder.

Concreet:

  • Dubbelen: de tafel van 4 is twee keer de tafel van 2. Dus 4 × 7 is 2 × 7 = 14, en dan het dubbele: 28.
  • Halveren: 5 × 8 is de helft van 10 × 8. Dus 80, de helft is 40.
  • Verwisselen: 3 × 10 weet je al uit de tafel van 10.
  • Een keer meer of minder: 9 × 4 is 10 × 4 min 1 × 4. SLO geeft dit voorbeeld voor groep 4. Dus 40 min 4 is 36.

Een goede volgorde om te beginnen is de tafel van 10, dan de tafel van 5, de tafel van 2, daarna de tafels van 3 en 4. Meer over de volgorde lees je in de gids over de volgorde van de tafels. Heb je een tafelrij nodig om op te hangen? Dan kun je de tafelkaart gebruiken.

Hoe sluit je thuis aan?

De belangrijkste regel: sluit aan bij school. Vraag de leerkracht welke tafels op dit moment aan de orde zijn en welke strategieën in de methode gebruikt worden. Een kind dat op school leert springen op een getallenlijn en thuis een totaal andere manier ziet, raakt gemakkelijk in de war.

  1. Begin klein. Eén tafel tegelijk, vijf minuten per keer. Op de pagina van elke tafel staat de oefenvorm Leren, waarbij het kind de tafelrij invult zonder tijdsdruk.
  2. Praat over hoe je het weet. Vraag niet alleen 'wat is 6 × 4?' maar ook 'hoe weet je dat?'. SLO noemt het uitleggen van de eigen aanpak ook als doel bij de strategieën.
  3. Wissel af. Gebruik naast het opzeggen ook spelletjes zoals memory. Daarmee is het geen saai stampwerk.
  4. Bouw tempo later op. Pas als het kind de som goed kan, komt de snelheid. Kies in het begin het makkelijkste niveau, zonder tijd.

Een compleet overzicht per jaar vind je op de pagina voor groep 4. Hoe je het geleerde onthoudt, lees je in de gids over tafels oefenen met je kind.

Wanneer is het goed genoeg?

Op deze site werkt de tafelkaart op Mijn tafels met kleuren: grijs is nog niet geoefend, rood vaak fout, oranje goed maar traag en groen geautomatiseerd. Geautomatiseerd betekent op deze site dat een som de laatste drie keer goed was en de mediane antwoordtijd onder 3 seconden ligt. Dat is een afspraak van deze site en geen landelijke norm. Een kind in groep 4 dat een tafel nog oranje heeft, loopt dus niet achter; het is gewoon bezig.

Zie je dat je kind blijft vastlopen, verdrietig wordt of oefenen gaat vermijden? Praat dan met de leerkracht of de intern begeleider. Zij kunnen beter inschatten wat er speelt dan een oefenprogramma.

Veelgestelde vragen

Welke tafels moet mijn kind in groep 4 kennen?

Volgens de tussendoelen van SLO zijn dat aan het eind van groep 4 de tafels van 1, 2, 3, 4, 5 en 10. De overige tafels volgen in groep 5. Je school kan hier een eigen planning voor hanteren.

Is vermenigvuldigen hetzelfde als herhaald optellen?

Het is er een korte schrijfwijze voor. SLO beschrijft dat kinderen gaan inzien dat vermenigvuldigen een korte beschrijvingswijze voor herhaald optellen is. Later leren ze ook handiger strategieën, zoals verdubbelen.

Mag mijn kind vingers of tekeningen gebruiken?

Voor het begrip is tekenen of tellen met groepjes juist nuttig, en SLO noemt tellen met sprongen en rijen als manier om vermenigvuldigproblemen op te lossen. Het doel blijft op termijn dat de tafels uit het hoofd gaan.

Hoe lang moet ik per dag oefenen?

Daarvoor is geen vaste norm. Veel ouders houden het bij korte momenten van enkele minuten. Stop als het plezier verdwijnt en probeer het de volgende dag opnieuw.

Hoeveel verschil maakt oefenen met een scherm?

Dat verschilt per kind. SLO noemt zowel klassikale oefeningen als een tafelspel of computerspel als manieren om te automatiseren. Wissel gerust af tussen scherm, papier en echte voorwerpen.