Trucjes voor de lastige tafels: 6, 7, 8 en 9

  • Bijgewerkt op 2 november 2026
  • 4 min lezen

De tafels van 6, 7, 8 en 9 zijn voor de meeste kinderen de lastigste. Er zijn minder makkelijke patronen, de getallen worden groter, en je kunt ze niet meer in sprongen van 2, 5 of 10 tellen. Toch heb je ze vaak al voor driekwart in huis. Met een paar trucjes zie je dat. In deze gids vind je ze, met telkens een uitgewerkt voorbeeld dat je zelf kunt narekenen.

Eén kanttekening vooraf: trucjes zijn een steun, geen doel. Het doel is dat het antwoord uiteindelijk vanzelf komt. De Kennisrotonde adviseert eerst de strategieën achter de sommen te begrijpen en daarna te automatiseren. Een trucje past dus in de eerste fase; daarna oefen je tot je het niet meer nodig hebt. Hoe je dat doet lees je in wat automatiseren is.

Truc 1: verwisselen, de helft is al klaar

Bij vermenigvuldigen maakt de volgorde niet uit. SLO noemt dit verwisselen en geeft als voorbeeld 6 × 4 = 4 × 6 (zie kerndoel 27 op slo.nl). Dat betekent dat je bij de tafel van 8 de sommen 8 × 1 tot en met 8 × 7 al kent, als je de tafels van 1 tot en met 7 beheerst: 8 × 3 is gewoon 3 × 8 = 24. Van de tafel van 6 hoeven er maar vijf sommen echt nieuw te worden, namelijk 6 × 6 tot en met 6 × 10.

Oefen dit door je kind een som te laten verwisselen: 7 × 8? Ik ken 8 × 7 = 56. Het antwoord is hetzelfde.

Truc 2: de tafel van 6 is de tafel van 5 plus één keer

Je kent de tafel van 5 en hij is makkelijk. Een groep erbij geeft de tafel van 6. Ook de Kennisrotonde geeft dit als voorbeeld: 7 × 6 berekenen als 6 × 6 + 1 × 6. Met de tafel van 5 werkt het zo:

  • 6 × 6: 5 × 6 = 30, plus 6 is 36.
  • 7 × 6: 5 × 7 = 35, plus 7 is 42.
  • 8 × 6: 5 × 8 = 40, plus 8 is 48.
  • 9 × 6: 5 × 9 = 45, plus 9 is 54.

Let op welk getal je erbij telt: bij 6 × 7 neem je 5 groepen van 7 en nog één groep van 7 erbij, dus je telt 7 op. Bij 6 × 9 tel je 9 op.

Truc 3: de tafel van 8 is drie keer verdubbelen

Verdubbelen is een strategie die ook SLO noemt (3 × 7 = 21, dus 6 × 7 = 42). Voor de tafel van 8 dubbel je drie keer: 8 is namelijk 2 × 2 × 2. Je neemt het andere getal en verdubbelt het drie keer.

  • 8 × 7: 7, dubbel 14, dubbel 28, dubbel 56. Dus 8 × 7 = 56.
  • 8 × 6: 6, dubbel 12, dubbel 24, dubbel 48. Dus 8 × 6 = 48.
  • 8 × 9: 9, dubbel 18, dubbel 36, dubbel 72. Dus 8 × 9 = 72.
  • 8 × 4: 4, dubbel 8, dubbel 16, dubbel 32. Dus 8 × 4 = 32.

Voor kinderen die verdubbelen al goed kennen, is dit vaak sneller dan een rij van 8 af te tellen. De tafel van 4 is hetzelfde, maar dan twee keer verdubbelen.

Truc 4: de tafel van 9 met je vingers

Dit is het bekendste trucje, en het werkt echt. Hou beide handen met de vingers omhoog voor je, en nummer de vingers van links naar rechts van 1 tot en met 10.

  1. Wil je 9 × 4 weten? Buig dan vinger nummer 4 om.
  2. Tel de vingers links van de omgebogen vinger: dat zijn er 3. Dat is het getal van de tientallen.
  3. Tel de vingers rechts ervan: dat zijn er 6. Dat is het getal van de eenheden.
  4. Het antwoord is 36.

Nog een voorbeeld: 9 × 7. Buig de zevende vinger om. Links zijn er 6 en rechts 3, dus 63. Hetzelfde principe beschrijft ook Krista King in een Engelstalig artikel. Het werkt voor 9 × 1 tot en met 9 × 10.

Truc 5: de tafel van 9 is 10 × min 1 ×

Zonder vingers kan het ook. Een som met 9 is een som met 10, min één keer het getal zelf:

  • 9 × 6 = 10 × 6 − 6 = 60 − 6 = 54.
  • 9 × 8 = 10 × 8 − 8 = 80 − 8 = 72.
  • 9 × 7 = 10 × 7 − 7 = 70 − 7 = 63.
  • 9 × 9 = 10 × 9 − 9 = 90 − 9 = 81.

Er is ook een handig patroon in de antwoorden: het tientallencijfer is één minder dan het getal waarmee je vermenigvuldigt, en de cijfers van het antwoord tellen samen op tot 9. Bij 9 × 7 is het tiental 6 en is 6 + 3 = 9, dus 63. Krista King beschrijft diezelfde regel: trek 1 af van het getal voor de tientallen en tel dan op tot 9 voor de eenheden. Dit patroon geldt voor 9 × 1 tot en met 9 × 10, maar niet daarbuiten.

En de tafel van 7?

Voor de tafel van 7 is er geen echt trucje. De meeste sommen zijn al bekend via verwisselen: 7 × 2, 7 × 3, 7 × 4, 7 × 5, 7 × 6 (via de tafels van 2 tot en met 6), 7 × 8 (via 8 × 7) en 7 × 9 (via 9 × 7). Dan blijft alleen 7 × 7 over (7 × 10 komt uit de tafel van 10). Voor 7 × 7 kun je splitsen: 5 × 7 = 35 en 2 × 7 = 14, samen 49. Dit heet splitsen en het helpt bij elke som waar je niet op komt.

Rijmpjes en ezelsbruggetjes

Rijmpjes en liedjes kunnen helpen bij sommen die steeds fout gaan, zoals 6 × 8 of 7 × 8. Wij noemen geen specifiek rijmpje, omdat die per school en per familie verschillen. Wat wel werkt: laat je kind er zelf een bedenken. Een zelfbedacht rijmpje blijft beter hangen dan een kant-en-klaar rijmpje van een ander. Gebruik het alleen voor de paar sommen die echt blijven haperen.

Zo oefen je met de trucjes

Veelgestelde vragen

Is een vingertruc vals spelen?

Nee. Het is een strategie, en strategieën horen bij het leren. Het is alleen de bedoeling dat je kind er na verloop van tijd geen vingers meer voor nodig heeft.

Welke tafel moet ik als eerste met trucjes aanpakken?

Begin met de tafel van 9, die geeft snel succes. Daarna de tafel van 6 via de tafel van 5, en dan de tafel van 8 via verdubbelen.

Mijn kind raakt in de war van meerdere trucjes. Wat nu?

Kies één truc per tafel en laat de andere los. Eén aanpak goed leren is beter dan er vier half kennen.

Werken deze trucjes ook voor grotere getallen?

De vingertruc werkt alleen voor 9 × 1 tot en met 9 × 10. Verdubbelen, verwisselen en een groep erbij nemen werken wel breder, maar het blijft handig om de tafels uiteindelijk uit het hoofd te kennen.