Tafels leren: in welke volgorde en waarom

  • Bijgewerkt op 2 november 2026
  • 5 min lezen

Als je kind de tafels moet leren, is de eerste vraag meestal: waar begin je? Alle tien tafels tegelijk is te veel. Op veel scholen werkt men daarom in een vaste volgorde, van de makkelijke tafels naar de lastige. In deze gids lees je welke volgorde dat is, waarom die werkt en hoe je haar thuis of in de klas gebruikt.

De gangbare volgorde

Een volgorde die op veel scholen en in veel oefenmaterialen terugkomt, is deze:

  1. Eerst de tafels van 1, 2, 5 en 10. Deze sluiten aan bij tellen in sprongen en bij geld en klok.
  2. Dan de tafels van 3 en 4. Die bouw je op met wat het kind al weet.
  3. Daarna de tafels van 6, 7, 8 en 9. Dit zijn de lastigste. Veel van deze sommen ken je al uit de eerdere tafels.

Dit is geen wet. Scholen en methodes verschillen, en jouw kind kan een andere route nodig hebben. Maar de lijn is overal dezelfde: begin bij wat al vertrouwd voelt en bouw daarop voort.

Wat zeggen de doelen?

SLO, het nationaal expertisecentrum leerplanontwikkeling, werkt kerndoel 27 uit voor rekenen. Dat kerndoel gaat over het snel uit het hoofd uitvoeren van basisbewerkingen, waarbij de tafels van buiten gekend zijn. In groep 3 en 4 beginnen leerlingen volgens de uitwerking van kerndoel 27 met het automatiseren en memoriseren van tafelproducten. In groep 5 en 6 gaan ze daarmee door en breiden ze het uit, en in groep 7 en 8 moet de kennis paraat blijven.

De tussendoelen rekenen-wiskunde van SLO (2017) zijn concreter: aan het eind van groep 4 kent een leerling de producten uit de tafels van 1, 2, 3, 4, 5 en 10 uit het hoofd, en aan het eind van groep 5 alle tafels tot en met 10. Dat past bij de volgorde hierboven: eerst de eenvoudige tafels, in het volgende jaar de rest. Ook Wikipedia beschrijft dit patroon: de tafels van 1 tot en met 5 en 10 in groep 4, de tafels van 6 tot en met 9 in groep 5.

Op deze site vind je dit terug in tafels oefenen in groep 4, groep 5 en groep 6.

Waarom werkt deze volgorde?

Steunsommen: wat je weet, helpt bij wat je nog niet weet

Een steunsom is een som die je kent en waarmee je een lastigere som kunt uitrekenen. Wie 5 × 8 = 40 kent, kan 6 × 8 uitrekenen als 40 + 8 = 48. Dat is precies de strategie die de Kennisrotonde bij tafelkaarten als voorbeeld geeft: 7 × 6 berekenen als 6 × 6 plus 1 × 6. Hoe meer steunsommen een kind kent, hoe makkelijker de rest wordt. Daarom komen 5 en 10 vroeg: ze leveren de beste steunsommen.

Verdubbelen: de tafel van 4 en 8 komen uit de tafel van 2 en 4

Verdubbelen is een strategie die SLO bij kerndoel 27 zelf noemt, met als voorbeeld 3 × 7 = 21, dus 6 × 7 = 42. Daardoor hangen tafels aan elkaar vast:

  • De tafel van 4 is de tafel van 2 verdubbeld: 4 × 6 is 2 × 6 = 12, en 12 + 12 = 24.
  • De tafel van 6 is de tafel van 3 verdubbeld: 6 × 7 = 2 × (3 × 7) = 2 × 21 = 42.
  • De tafel van 8 is de tafel van 4 verdubbeld: 8 × 7 = 2 × 28 = 56.

Wie de tafels van 2, 3 en 4 kent, heeft de tafels van 4, 6 en 8 dus voor een groot deel al in huis.

Verwisselen: de helft van het werk is al gedaan

Ook verwisselen staat bij SLO als strategie: 6 × 4 = 4 × 6. Als je kind de tafel van 4 kent, kent het ook 6 × 4. Daardoor wordt elke nieuwe tafel korter. Van de tafel van 9 zijn 9 × 1 tot en met 9 × 8 al bekend zodra de tafels van 1 tot en met 8 zitten. Er blijven er maar 9 × 9 en 9 × 10 over. Hoe verder je in de volgorde komt, hoe meer je alleen nog hoeft te leren wat nieuw is.

TafelAl bekend via verwisselenEcht nieuw
Tafel van 66 × 1 t/m 6 × 56 × 6 t/m 6 × 10 (5 sommen)
Tafel van 77 × 1 t/m 7 × 67 × 7 t/m 7 × 10 (4 sommen)
Tafel van 88 × 1 t/m 8 × 78 × 8 t/m 8 × 10 (3 sommen)
Tafel van 99 × 1 t/m 9 × 89 × 9 en 9 × 10 (2 sommen)

De tabel laat zien waarom de lastige tafels minder zwaar zijn dan ze lijken, mits de eerdere tafels goed zitten.

Eerst begrijpen, dan automatiseren

De Kennisrotonde, die vragen uit het onderwijs beantwoordt met onderzoek, schrijft dat rekenautomatisering meer is dan het memoriseren van antwoorden, en dat kinderen eerst de strategieën achter de sommen moeten begrijpen. Rekenprogramma's die eerst strategieën aanleren en daarna automatiseren, blijken daar effectiever dan programma's die maar één van de twee doen. Laat je kind dus eerst zien hoe 6 × 8 uit 5 × 8 volgt, en oefen daarna pas tot het antwoord vanzelf komt.

Zo pak je het praktisch aan

  • Werk per tafel een paar dagen of weken. Ga pas door als de vorige tafel vlot gaat. Op deze site heeft elke tafel een eigen oefenpagina, bijvoorbeeld de tafel van 5 en de tafel van 10.
  • Begin met leren zonder tijdsdruk. Bij de oefenvorm Leren vul je de tafelrij in, zonder klok. Pas daarna ga je flitsen of kiezen uit vier antwoorden.
  • Combineer oude en nieuwe tafels. Zodra de tafels van 3 en 4 komen, hoort de tafel van 2 er nog bij. Op de pagina met alle tafels door elkaar kun je dat doen.
  • Kijk wat er al kleurt. De tafelkaart laat per som zien wat nog niet is geoefend, wat vaak fout gaat en wat al vlot is. Zo weet je of je klaar bent voor de volgende tafel.
  • Houd de lastigste tafels voor het laatst. Voor de tafels van 6 tot en met 9 zijn er trucjes, zie trucjes voor de lastige tafels.

Als de volgorde van school anders is

Volgt de methode op school een andere volgorde, ga dan vooral mee met school: kinderen oefenen dan hetzelfde als in de klas. De site dwingt je niet in een route; je kunt elke tafel apart kiezen. Vraag bij twijfel aan de leerkracht welke tafel nu aan de beurt is. Wil je weten hoe je weet wanneer een tafel écht zit, lees dan wat automatiseren is en hoe je dat herkent.

Veelgestelde vragen

Moet mijn kind de tafels in volgorde leren?

Nee, het is niet verplicht, maar een vaste opbouw van eenvoudig naar lastig helpt, omdat elke nieuwe tafel steunt op sommen die al bekend zijn. Volg bij voorkeur de volgorde van school.

Wanneer moeten alle tafels bekend zijn?

Volgens de SLO-tussendoelen kent een leerling aan het eind van groep 5 alle tafels tot en met 10 uit het hoofd, en aan het eind van groep 4 de tafels van 1, 2, 3, 4, 5 en 10. Kinderen verschillen, dus gebruik dit als richting en niet als strenge deadline.

Waarom is de tafel van 10 zo vroeg als je ook de tafel van 3 kunt doen?

De tafel van 10 leidt tot veel steunsommen, bijvoorbeeld 5 × 8 als de helft van 10 × 8. Daarom is hij een goede basis voor de rest.

Hoe lang doe je over één tafel?

Dat verschilt per kind en per tafel. Het gaat erom dat de tafel vlot en zonder rekenen lukt, niet om een vast aantal dagen. Korte, dagelijkse oefenmomenten werken beter dan één lange sessie.

Wat als mijn kind een tafel steeds vergeet?

Ga terug naar de steunsommen en herhaal vaker in korte momenten. Blijft het lastig, bespreek dit dan met de leerkracht of de intern begeleider.